ACHTERGROND


Jaarlijks worden in Nederland 15.000 ouderen (55 jaar of ouder) opgenomen in het ziekenhuis in verband met een heupfractuur. Hiervan worden 3500-5000 patiënten opgenomen op een revalidatie afdeling in het verpleeghuis om te herstellen van een heupfractuur. Ondanks een intensief revalidatieprogramma, bereiken veel patiënten na de revalidatie niet het ‘oude’ niveau van functioneren. Zij blijven beperkt in hun dagelijks functioneren, sociale activiteiten en ervaren een mindere kwaliteit van leven. Angst om te vallen is één van de onderliggende oorzaken van een niet volledig herstel.


Valangst wordt omschreven als ‘een aanhoudende bezorgdheid over vallen wat ertoe leidt dat een persoon activiteiten vermijdt die hij/zij feitelijk in staat is te verrichten’. Ruim de helft van de ouderen die zelfstandig thuis woont, is bezorgd om te vallen. Een ruime meerderheid hiervan vermijdt fysieke activiteiten als gevolg van deze bezorgdheid om te vallen.

De prevalentie van valangst bij heupfractuur patiënten die revalideren in de Nederlandse geriatrische revalidatie zorg  (GRZ) is eveneens hoog: 63%. Valangst leidt tot vermijding van activiteiten en daardoor tot een verminderde spierkracht, conditie en balans. Dit leidt vervolgens tot een verhoogd valrisico. Na een heupfractuur is valangst geassocieerd met negatieve uitkomsten: minder tijd besteed aan lichamelijke oefening en verminderde mobiliteit. Valangst lijkt zelfs meer invloed te hebben op het revalidatie proces dan pijn en de depressie. Het is een van de enige potentieel te beïnvloeden factoren, om de revalidatie uitkomsten na een heupfractuur te verbeteren. 


Tot op heden zijn er geen programma’s beschikbaar om valangst te verminderen bij heupfractuur patiënten opgenomen voor GRZ. Maastricht University ontwikkelde een methode (Zicht op Evenwicht) om valangst te verminderen bij thuiswonende ouderen. Deze methode werd gebruikt als basis voor een interventie voor valangst bij heupfractuur patiënten in de GRZ, de FIT-HIP interventie. De FIT-HIP interventie is tevens ontwikkeld specifiek voor de behandelsetting van de GRZ. Het betreft een multi-component cognitieve gedragsmatige interventie. Mocht u nadere vragen hebben over de interventie,  dan kunt u contact opnemen met hoofdonderzoeker door te hier te klikken.



ONDERZOEKSDOEL


Evalueren in welke mate de FIT-HIP interventie voor heupfractuur patiënten opgenomen in de GRZ:


  1. 1.Effectief is in het verminderen van valangst en de daarmee geassocieerde vermijding                        van activiteiten (en daarmee het verbeteren van de mobiliteit en de zelfredzaamheid).

  2. 2.Uitvoerbaar is voor patiënten en zorgverleners.

  3. 3.Kosteneffectief is.



METHODE


Het FIT-HIP onderzoek betreft een cluster randomised controlled trial. Het onderzoek vindt plaats bij heupfractuur patiënten met valangst (65jr of ouder), opgenomen op een geriatrische revalidatie afdeling.  De FIT-HIP behandeling, geïntegreerd in de reguliere geriatrische revalidatie zorg, wordt vergeleken met de reguliere geriatrische revalidatie zorg (controle groep).


Deelnemers en onderzoekers die de metingen afnamen bij de patiënt (effectbeoordelaars) zijn geblindeerd voor de randomisatie uitslag.


In de periode maart 2016-maart 2017 hebben 11 GRZ locaties (met aanvullend twee co-locaties) meegedaan aan het onderzoek.  De inclusie werd in januari 2017 afgesloten.



Dit onderzoek bestaat uit 3 fasen:


Fase 1 (Mrt 2015- Dec 2015):       Ontwikkeling en testen van de FIT-HIP interventie in een      

                                                       pilot studie

Fase 2 (Mrt 2016 - Okt 2017):       Effect-, proces-,  en economische evaluatie van de   

                                                       interventie

Fase 3:                                           Implementatie en bestendiging van de interventie





PRIMAIRE UITKOMSTMATEN


  1. 1.Vermindering van valangst, gemeten met de Falls Efficacy Scale International (FES-I)

  2. 2.Verbetering van de mobiliteit, gemeten met the Tinetti Performance Oriented Mobility     Assessment (POMA)




SECUNDAIRE UITKOMSTMATEN



EFFECT EVALUATIE


  1. 1.    Functionele status (Barthel Index en de Functional Ambulation Categories)

  2. 2.    Participatie (Utrechtse Schaal voor de Evaluatie van Revalidatie - Participatie -

        subschaal/ vraag 2)

  1. 3.    Kwaliteit van leven (EQ5D)

  2. 4.    Val frequentie (gemeten door zelf registratie door middel van valkalenders)

  3. 5.    Ontslag bestemming



PROCES EVALUATIE


Aan de hand van de onderdelen van de theorie van Saunders wordt de uitvoerbaarheid van de interventie onderzocht, middels kwalitatieve en kwalitatieve analyse. Hierin wordt gekeken naar de aspecten getrouwheid (in welke mate de interventie volgens plan is uitgevoerd), in hoeverre de patiënten de interventie hebben ontvangen en daar ontvankelijk voor waren, de tevredenheid, het bereik, de rekrutering en de context waarin de interventie werd uitgevoerd. 



ECONOMISCHE EVALUATIE


Kosten-effectiviteitsanalyse. De gezondheidszorgkosten bestaan uit de kosten van de interventie en algemene gezondheidszorg kosten, zoals de kosten van de revalidatie, ziekenhuisopnames, huisarts bezoek, fysiotherapie en gebruik van thuiszorg.



 

Voor zorgverleners